Dagboek van de opperrabbijn 26 april 2026
Het Gouvernement aan de Maas (wij gewone Nederlanders noemen dat het Provinciehuis) bestaat veertig jaar en de Gouverneur, de Commissaris van de Koning de heer Roemers, grijpt deze gelegenheid aan om een jaar lang te vieren (daar zijn ze in Limburg erg goed in!) en aandacht te vragen voor de democratie, dus het aangename met het nuttige te combineren. Ik had de eer om bij de opening van het feestjaar uitgenodigd te zijn en zitting te nemen in een panel onder de zeer professionele leiding van niemand minder dan Twan Huys. Hoewel ik uiteraard het belang van een democratie onderschrijf, moeten we ook ervoor waken om de democratie te verheerlijken en idealiseren. Ook een democratie moet alert blijven en voorkomen dat er geen verkeerde leiders democratisch worden gekozen die vervolgens op democratische wijze de democratie de das omdoen. Speciaal voor mij en Blouma was er een koosjere lunch verzorgd, hetgeen een erg warm gevoel gaf. Natuurlijk had ik ook zelf mijn boterhammetje kunnen meenemen, maar dat was voor Gouverneur en organisatie onacceptabel. Hopelijk was mijn bijdrage aan de paneldiscussie waardevol, maar zelfs als die niet veel voorstelde was mijn aanwezigheid met hoed en baard voor mijn gevoel belangrijk. We zijn er nog, zelfs in Limburg! Hoewel, de heer Benoit Wesly, tot voor kort nog de honorair-consul van Israël in Maastricht en voorzitter van de Joodse Gemeente Limburg, heeft de aanwezigheid door de jaren heen wel goed en positief zichtbaar gemaakt. Overigens doet de huidige voorzitter van de Joodse Gemeente, Ernst de Reus, het ook fantastisch. Maar desondanks zijn we piepklein achtergebleven, ook in Limburg. Het panel discussieerde over democratie, een politiek onderwerp. Maar, achteraf bezien, was het juist dat ik me met de politiek inliet? Een rabbijn is een geestelijke en dient zich van politieke uitspraken te onthouden. Hij is er voor de mensen van de Joodse gemeenschap, ook voor degenen die wellicht een andere politieke opvatting hebben dan de rabbij